April

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Handelingen

Ergens rond begin april is het volk op zijn kleinst. Er worden al wel enige tijd weer nieuwe bijen geboren, maar de sterfte van de winterbijen is tot begin april groter dan de aanwas van de nieuwe bijen.


Die kleine omvang begin april biedt overigens een goede gelegenheid om, als dat nog niet is gebeurd, de moer te merken. Zodra het vinden van die moer in mei of juni echt moet (bijvoorbeeld bij het maken van kunstzwermen), dan is het volk inmiddels fiks groter. Een gemerkte moer is dan een stuk gemakkelijker te vinden. En als u die moer begin april dan vast heeft om te merken, dan wilt u deze wellicht tevens een vleugel afknippen.


Na dit "dieptepunt" in de volksgrootte vindt er een explosieve groei plaats.


Samengevat zijn de belangrijkste onderwerpen voor april:

  • het verenigen van bijenvolken,
    • Bijvoorbeeld: Een volk dat bij de inwintering een goede grootte had, en in de tweede helft van april nog maar drie ramen broed heeft en hooguit 6 ramen bezet, kan het beste - na verwijdering van de moer - worden verenigd met een ander sterker volk.
  • het geven van meer ruimte,
    • Op een bepaald moment geeft een bijenvolk ook zelf aan dat het weer raat wil bouwen. Deze bouwdrift is te herkennen aan witte (=verse was) puntjes op de raten of op de toplatjes. Zodra dat het geval is dient er zo spoedig mogelijk bouwruimte te worden gegeven; het aantal uitgewinterde ramen bijen bepaalt wat je kan en moet doen.
    • Het op een juiste manier geven van extra ruimte bevordert de bevolkingsgroei en vermindert de zwermdrift (want broed geeft ook koninginnenstof af). Wel opletten op de voedselvoorraad: een volk dat in april goed aan het bouwen is gebruikt meer voer dan in de gehele winter daarvoor. Aan de andere kant, 3 a 4 ramen voer is genoeg.
  • het voorbereiden op de naderende zwermtijd, en
  • het reizen naar het fruit of koolzaad.


Als het om de honingoogst gaat dan moet er met een sterk volk naar een dracht worden gegaan. Fruittelers betalen ook alleen voor de bestuiving door sterke volken, daar zijn richtlijnen voor.


Pas als de dracht goed is wordt de ruimte vergroot voor de honingopslag. Bij de meeste kasten betekent dat: een honingkamer op het volk.


Dracht

Wilg, Koolzaad, vroege (Noorse) es en kers.