Kanitzkorf

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De Kanitzkorf is de voorvader van Boxma, de Mellonakorf en de Uddelerkorf.

Johann Gottlieb Kanitz (1816 - 1899) ontwikkelde deze korf.

Verschillende modellen zijn er, maar zijn in drie stuks te verdelen n.l met een los opzetstuk, met een deksel in de rand en met een deksel op de korf. Boven in zitten 8 raampjes voor 1kg honing, in het onderste gedeelte zit z.g. losse bouw. De raampjes kunnen dus uitgenomen worden voor het afnemen van de honing. Om de korf duurzamer te maken worden ze meestal ingesmeerd met koemest, hierdoor hebben de korfkasten een langere levensduur

De meeste korven hebben een los opzetstuk met daarin de raten voor het verzamelen van de honing.

Onderste foto laat zien het korfgedeelte met spijlen. Hierboven ligt het ingebouwde moerrooster wat dus als een vastdeel uitmaakt van de korf.

De twee middelste foto's tonen de losse raampjes waarin de (raat)honing wordt geoogst. De volken worden voor de heidebloei zeer sterk gemaakt, oa door het af laten vliegen van een korf op de Kanitzkorf. Meestal werd het bovenste honinggedeelte afgedekt. Wanneer het volk op sterkte was en in de onderkorf voldoende bouw was werd de afdekking weggenomen waarna de bijen de honing direkt noor boven brengen.

De bovenste foto links is een Kanitzmodel met een los opzetstuk en losdeksel. De delen worden met krammen samengehouden. Op de bovenste foto links is het voerbord aanwezig.

De beide korven zijn uit de jaren 1935 - 1940.

De heer H.Rijken uit Epe, is een actief verzamelaar, van korven waaronder de Kanitzkorven, maar ook korfimker en deze manier van heidehoningoogst zelf nog steeds toepast.

Datering:

1900 - 1950 , maar heden ook nog wel door liefhebbers van de korfteelt.

Voorkomen:

Komen in ons land niet veel voor, wel nog in Duitsland bij de heidehoningoogst o.a. op de Lunenburgerheide.