Tracheeënmijt

Uit Imkerpedia
Versie door Gerard B.W. Vos (Overleg | bijdragen) op 10 jan 2010 om 16:52 (Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Tracheeënmijt''' ( ''Acarapis woodi Rennie'' ) De mijtziekte is een aantasting van het eerste paar tracheeën (de ademhalingsbuizen) van de volwassen bij. De kon...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Tracheeënmijt ( Acarapis woodi Rennie )

De mijtziekte is een aantasting van het eerste paar tracheeën (de ademhalingsbuizen) van de volwassen bij.

De koningin, werksters en darren kunnen besmet worden.

De mijt is 85-116 μm lang en 57-85 μm breed, is geelwit van kleur en heeft acht poten.

De monddelen, met steek/zuig mechanisme zijn krachtig ontwikkeld.

De mijt produceert waarschijnlijk een chitine weekmakende stof, om het steken te vergemakkelijken.

Op het eerste pootpaar bevinden zich de tastorganen.

In de thorax (het borststuk) heeft de honingbij drie paar openingen waar de tracheeën uitmonden.

De opening van de eerste thoraxtrachee van de bij wordt bedekt door een chitineflap met een haarkrans.

Deze opening kan, in tegenstelling tot de andere tracheeopeningen, niet afgesloten worden.

Een bevrucht wijfje dringt de eerste thoraxtrachee binnen en legt hier, met tussenpozen van 1 à 2 dagen, 6 tot 7 eitjes die praktisch even groot zijn als de mijt zelf.

Het ei-stadium duurt 3 à 4 dagen. Uit het ei komt een beweeglijke 6-potige larve, die na een dag onbeweeglijk wordt.

Uit deze larve ontstaat een 8-potige nymfe waaruit na een vervelling een volwassen mijt ontstaat.

Het larve/nymfe-stadium duurt 9 à 12 dagen voor het vrouwtje en 6 à 8 dagen voor het mannetje.

De mijt voedt zich met haemolymfe (bloed van de bij), dat opgezogen wordt na doorboring van de tracheewand.

Hierdoor onttrekt de mijt voedingsstoffen van de bij aan het gebied waar de vliegspieren liggen.

De eitjes worden met kleefstof vastgezet tegen de tracheewand.

Deze kleefstof verhardt na verloop van tijd. Uit de aanprikgaatjes komt wat haemolymfe in de trachee.

Via deze gaatjes kunnen ook micro-organismen het haemolymfe binnendringen.

Na 2 tot 3 generaties kan de trachee verstopt raken door kleefstof, haemolymfe, vervellingresten en mijten.

Hierdoor worden de zuurstofvoorziening en de koolzuurafvoer geblokkeerd.

Een bevrucht vrouwtje verlaat de trachee, klimt naar de top van een thoraxhaar en stapt dan over op een langskomende bij.

Bij de nieuwe gastheer wordt aan de hand van luchtverplaatsingen de tracheeopening gezocht.

Alleen bij jonge bijen tot 7 à 9 dagen oud, kan de mijt binnendringen.

Buiten het bijenlichaam kan de Tracheeënmijt slechts enkele uren in leven blijven.

In dode bijen blijft de mijt enkele dagen in leven. Een bij is twee tot drie weken oud voordat er nieuwe bevruchte wijfjes uit de trachee komen.


Verspreiding

In de zomer is de bij dan al vliegbij. Bij veel vliegactiviteit is de kans op overstappen op een andere bij klein. Bij een constant aanbod van nectar en stuifmeel kan het besmettingspercentage erg laag worden. Bij drachtpauzes tijdens het actieve seizoen loopt het besmettingspercentage op. Bovendien blijft door de snelle groei van het bijenvolk, de groei van de mijtenpopulatie in de zomer achter bij die van de bijen. Ziektebeeld. Een ½ kg krabbelaars voor de kast na de eerste reinigingsvlucht. Een volk waarvan 20 - 30% van de bijen geïnfecteerd is met de Tracheeënmijt, heeft een grote kans om in het voorjaar ernstig te verzwakken en te sterven. In Nederland en België wordt een besmettingspercentage waarbij problemen optreden zelden bereikt Maatregelen. Er is geen specifieke bestrijdingsmethode voor de Tracheeënmijt. Meestal is de varroabestrijding, die wordt toegepast, voldoende om de mijtziekte te voorkomen.