Voorjaarsinspectie

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Bovenin deze foto gestorven bijen met de kop in de raat wegens gebrek aan voer, of wegens los van het voer gekomen

In deze inspectie wordt het volk voor het eerst in het kalenderjaar, voor het eerst na de winterrust, zodanig geopend dat er ook ramen uit het volk gehaald worden om te bekijken.

Als dit gebeurt op een koude dag dan is dat buitengewoon verstorend. Het volk heeft immers al broed dat ongeveer op 35 graden Celsius moet worden gehouden en dat dus niet te koud mag worden.

De voorjaarsinspectie daarom kan pas plaatsvinden op een dag met weinig wind en zoveel zon dat de temperatuur bij de kast toch al circa 15 graden is.


Treffen we een dood volk aan, dan is het zeer zinvol om te weten hoe dat komt. Dit kan immers informatie opleveren voor een betere inwintering:

  • Gebrek aan voer?
  • Onvoldoende ingedikt verzegeld voer dat gist?
    • eerder met inwinteren beginnen, want het volk heeft het voer door de kou in het najaar niet meer voldoende kunnen verwerken
  • Is de wintertros los van het voer gekomen?
    • volkje te klein?
    • teveel ruimte in de kast?
  • aangetast door Nosema?
    • te weinig stuifmeel gedurende de periode dat de winterbijen werden gemaakt
  • bijen gevlogen in perioden van zon en sneeuw
    • bij sneeuw de vliegopening afdekken.


Treffen we een levend volk aan, dan zijn er nog steeds veel dingen waar de bijenhouder op moet letten, of die moeten / kunnen gebeuren:

  • Is het volk al groot genoeg (meer of minder dan 5 ramen)?
  • Is de kast nog groot genoeg (of puilen de bijen de kast uit)?
  • Een dekplank die niet goed is vastgekit geeft een sterke indicatie dat het volk moerloos is. Hier kun je nagenoeg zeker van zijn als direct na het openen van de dekplank het volk opbruist en als het ware een huiltoon laat horen.
  • Een volgende check is of er een nog goede moer in het volk zit, oftewel: kijken of er brias (ook wel bias) aanwezig is met werksterbroed, of dat er sprake is van bultbroed (darrenbroedige moer). Pas indien er sprake is van brias is het volk in harmonie. Zonder dergelijke harmonie loop je altijd het risico dat een verstoring door de bijenhouder leidt tot het inballen van de moer.
    • maatregel: als er geen goede moer in het volk zit dan rest in het vroege voorjaar weinig anders dan het leegkloppen van de kast op enige afstand van de andere volken zodat de resterende bijen (exclusief eventuele eierleggende werksters) af zullen vliegen op de andere volken die daaraan in ieder geval dan nog enige versterking zullen ondervinden.
  • de voedselvoorraad. Juist in het voorjaar als er steeds meer broed komt wordt er steeds meer voorraad verbuikt. Meer zelfs dan gedurende de broedloze periode toen het volk een dichte wintertros vormde. Ook te véél voer (meer dan 4 of 5 ramen) is niet goed, want hierdoor is er onvoldoende ruimte voor broed (de bijen verplaatsten het gesloten voer niet).
    • maatregel indien te weinig voer: ramen voer toevoegen vanaf een volk dat over heeft; als dat niet voorradig is: suikerdeeg.
    • maatregel indien te veel voer: ruimte geven aan het broednest.
  • is het volk voldoende sterk en vitaal
    • liggen er (nog) veel dode bijen op de bodem die nog niet zijn opgeruimd. Hier moet natuurlijk minder waarde aan worden gehecht als de voorjaarsinspectie wordt uitgevoerd op de eerste mooie dag van het jaar. De bijen moeten natuurlijk wel de tijd hebben gehad om op te ruimen.
  • De voor het inwinteren aangebrachte sluitramen kunnen op grond van voorafgaande diagnose worden vervangen door kunstraat, uitgebouwde ramen, of ramen met voer.
  • de properheid van de bodem checken.
    • Vieze bodem: vervangen door een schone (maar een sterk bijenvolk kan later de boel beslist ook zelf schoon maken, het is dus niet meer dan een hulpje of in het kader van algemeen bodem-onderhoud).
  • Ook beschimmelde raten worden vervangen zodat de bijen gemakkelijker de hygiëne op pijl kunnem houden.
    • beschimmelde raten duiden op een bij de inwintering verkeerde verhouding tussen kastgrootte en (te klein) bijenvolk.
  • omdat het volk nog relatief klein is kan de moer ook gemakkelijker worden gevonden om deze eventueel alsnog te knippen als dat vorig jaar niet is gelukt. Bij een geknipte moer is de kans veel kleiner dat je onverhoopt de voorzwerm verliest.


Voetnoten