Bijenruimte: verschil tussen versies

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 8: Regel 8:
  
  
Ook aan de buitenzijkant van de buitenste ramen moet rekening worden gehouden met de bijenruimte. Immers, '''tussen''' 2 ramen levert elk van de ramen een halve bijenruimte, maar naast de buitenste ramen zit geen ander raam om de andere helft van de bijenruimte te leveren. Daarom moet daar de zijwand van de kast een extra halve bijenruimte van het buitenste raam af zitten.
+
Ook aan de buitenzijkant van de buitenste ramen moet rekening worden gehouden met de bijenruimte. Immers, '''tussen''' 2 ramen levert elk van de ramen een halve bijenruimte, maar naast de buitenste ramen zit geen ander raam om de andere helft van de bijenruimte te leveren. Daarom moet daar de zijwand van de kast een extra halve bijenruimte van het buitenste raam af zitten. Als dit niet goed is dan heeft dat de volgende gevolgen:
 +
* te klein ruimte: de raat van de buitenste ramen wordt aan de buitenzijde niet gebruikt.
 +
* te grote ruimte :
 +
** [[Warbouw]] tussen buitenste raam en kastwand
 +
** Spekraat. Voor honingramen is dat niet erg, maar voor ramen met deels broed of stuifmeel geeft dat problemen zodra je het raam op een andere plek wilt plaatsen. bovendien soms wildbouw aan de wand overdwars
  
 
Bij N ramen moet er dus rekening worden gehouden met (N + 1) bijenruimten (waarvan er N "automatisch" tussen de ramen zitten, en 1 de optelsom is van 2 halve bijenruimte van de zijkanten).
 
Bij N ramen moet er dus rekening worden gehouden met (N + 1) bijenruimten (waarvan er N "automatisch" tussen de ramen zitten, en 1 de optelsom is van 2 halve bijenruimte van de zijkanten).

Versie van 1 mrt 2010 om 17:52

Bijenruimte1.jpg

De bijenruimte is een ontdekking van de Amerikaan Langstroth. Hij ontdekte dat na verloop van tijd iedere ruimte kleiner dan 5 mm wordt dichtgekit (met propolis), en dat iedere ruimte groter dan 9 mm werd volgebouwd met wasraat.

Aldus blijft na verloop van tijd als leefruimte voor de bijen, alleen de ruimtes tussen 5 en 9 mm over (de bijenruimte).


Langstroth ontdekte, als hij de afstand tussen de dekplank en de bovenzijde van de raampjes liet zakken tot 3/8e inch, dat dan de ruimte vrij bleef van propolis of braamraat; voor ons rest de vraag hoe de inch van Langstroth om te rekenen naar onze cm.: 3/8e inch in Greenwich rond 1850 was ong.9mm.Omgerekend is dan de bijenruimte, d.i. de ruimte tussen raampjes en alle overige onderdelen van de kast, waarbinnen niet met propolis wordt gekit of niet met braamraat wordt opgevuld, gemiddeld 8 mm. bedraagt met een speling van ruim 1 1/2 mm.naar beide kanten. Grofweg betekent dat, dat de bijenruimte 6.5 - 9.5 mm. bedraagt.


Ook aan de buitenzijkant van de buitenste ramen moet rekening worden gehouden met de bijenruimte. Immers, tussen 2 ramen levert elk van de ramen een halve bijenruimte, maar naast de buitenste ramen zit geen ander raam om de andere helft van de bijenruimte te leveren. Daarom moet daar de zijwand van de kast een extra halve bijenruimte van het buitenste raam af zitten. Als dit niet goed is dan heeft dat de volgende gevolgen:

  • te klein ruimte: de raat van de buitenste ramen wordt aan de buitenzijde niet gebruikt.
  • te grote ruimte :
    • Warbouw tussen buitenste raam en kastwand
    • Spekraat. Voor honingramen is dat niet erg, maar voor ramen met deels broed of stuifmeel geeft dat problemen zodra je het raam op een andere plek wilt plaatsen. bovendien soms wildbouw aan de wand overdwars

Bij N ramen moet er dus rekening worden gehouden met (N + 1) bijenruimten (waarvan er N "automatisch" tussen de ramen zitten, en 1 de optelsom is van 2 halve bijenruimte van de zijkanten).

Voorbeeld:

Stel, je wilt een kast met 10 ramen met een hart op hart breedte van 38 mm, dan moet de kast (10 x 38mm) + (1 x bijenruimte) breed zijn. En zo is de simplexkast van 385 mm goed voor 10 ramen (van 38mm) met een extra bijenruimte van 5 mm, maar eigenlijk niet voor 11 ramen (van hart op hart 35 mm), want dan ontbreekt die extra bijenruimte voor de zijkanten.