Koninginnenteelt

Uit Imkerpedia
Versie door Albert Stoter (Overleg | bijdragen) op 10 mei 2009 om 10:07 (Inleiding)

Ga naar: navigatie, zoeken

Er kan om verschillende redenen aan koninginnenteelt worden gedaan:

  • het telen van reservekoninginnen,
    • er kan immers altijd iets mis gaan met de koninginnen in de productievolken
  • het verbeteren van de kwaliteit van de eigen stand door koninginnen te telen van de eigen beste volken,
    • hierbij is dus sprake van selectie / keuze op grond van eigen waarneming en eigen criteria (maar meestal zal dat gaan om criteria als zachtaardigheid, zwermtraagheid, ziektebestendigheid, haaldrift, varroa-bestendigheid).
  • het telen van een bepaald ras of buckfast
    • het telen van een bepaald ras (of buckfast) verondersteld gecontroleerde paringen via kunstmatige inseminatie of via speciaal voor dat ras opgestelde bevruchtingsstations.


In alle gevallen is het handig om een zogeheten Koninginnenteeltkalender bij te houden.


Koninginnenteelt kan op veel verschillende wijzen gebeuren:

  • Het simpelst is koninginnenteelt vanuit redcellen. Je zet raampjes met jong open broed en voldoende bijen in een eigen onderkomen en je kunt na 13 dagen (oftewel 6 dagen larve plus 7 dagen pop) "oogsten". Als je aan eigen selectie doet dan haal je dat raam uit het volk dat het meeste voldoet aan de door jezelf opgestelde criteria.
    • Als je maar 1 reservekoningin wilt dan doe je deze redcel-methode in een klein kastje. De bijen zullen dan meestal zelf in de gaten houden dat er uiteindelijk maar 1 koningin is (en er niet gezwermd wordt).
    • Nadeel van deze redcel-methode zijn de kleinere konininginnen die gemiddeld ook slechter presteren dan koninginnen die vanaf het begin af aan voldoende koninginnengelei hebben gekregen. De eerst uitkomende redcel-koningin is dan ook nog eens de slechtste (immers, was het oudste larfje waarvan het volkje nog een koningin wilde maken). De volgende methoden leveren gemiddeld betere koninginnen.


  • Het kweken van koninginnen vanuit zwermdoppen is al weer wat lastiger aangezien je dan als bijenhouder veel minder de timing in de hand hebt. Je moet wachten op de zwermstemming. Deze kun je wel beïnvloeden door bijvoorbeeld het krap zetten, maar dan nog. Herhaaldelijk zul je moeten checken of er inmiddels moerdoppen zijn, om vervolgens te wachten op het tuten en kwaken.
    • Hierna kun je verschillende moerdoppen zelf openen en daarvan de koninginnen oogsten.
    • Je kunt ook beslissen tot het laten afkomen van zwermen die je dan zelf weer schept of opvangt met bijvoorbeeld Alley's trap.


  • Koninginnenteelt middels overlarven: de koninginnenteler brengt zelf 1e-dags-larfjes over naar koninginnenteeltdopjes, en zorgt er voor dat deze larfjes vanaf het begin af aan door bijen worden behandeld als toekomstige koninginnen.

De koninginnenteelt met behulp van het overlarven

In de koninginnenteelt geldt als belangrijkste leidraad: hoe eerder en hoe meer een larfje koninginnengelei krijgt, hoe beter de koningin. Immers, alle bevruchte eitjes worden vrouwtjes. De koninginnegelei “maakt” de koningin.


Een koningin uit een redcel is daarom ook vaak kleiner omdat zo'n larfje in het begin vaak nog niet voldoende koninginnegelei heeft gehad. De bijen zullen namelijk ook van al oudere larfjes koninginnen maken omdat er dan sneller een nieuwe koningin is. Zo’n redcel moer is daarom vaak ook kwalitatief minder (bijvoorbeeld eerder darrenbroedig).


Kortom: bij optimale koninginnenteelt dient een larfje vanaf de 1e dag als aanstaande koningin te worden gevoed.


Deze doelstelling wordt bereikt door het verplaatsen (overlarven) van 1e dags larfjes naar kunstmatige moercellen (koninginnenteeltdopjes) die vervolgens naar een eveneens kunstmatige gecreëerde situatie met een overdaad aan voedsterbijen wordt gebracht (te weten de starter).


Deze methode met behulp van overlarven kan bovendien voor heel veel nateelt zorgen van die ene beste, ras, of buckfastkoningin. Dit is dan ook de methode die gebruikt wordt door de koninginnentelers waarvan men jonge carnica- of buckfast koninginnen kan verkrijgen.


Onderstaand wordt niet precies aangegeven wanneer u precies met welke activiteiten moet starten omdat deze timing is terug te vinden op de koninginnenteeltkalender.

  • Enkele weken voorafgaand aan het overlarven kunnen we het volk op schone kunstraat zetten om de verspreiding van virussen zoveel mogelijk tegen te gaan.
  • Ten gunste van de kwaliteit van de eitjes (en bijgevolg de larfjes) kan worden besloten om de teeltkoningin krap te zetten zodat het aantal eitjes wordt gemaximalisserd (op zo'n 300 eitjes per dag). Dat kan bijvoorbeeld in een zesramer waarbij steeds broed wordt weggenomen.
  • voorafgaand aan het overlarven bevochtig je deze doppen met een klein drupje verdunde koninginnengelei.
  • Na het overlarven worden de inmiddels met larfjes gevulde koninginnenteeltdopjes in een starter gedaan.
  • na een dag worden de koninginnenteeltdopjes al weer uit de starter gehaald (en de starter opgeheven), waarna de aangenomen dopjes naar een pleegvolk gaan.

wordt vervolgd